De Bevrijding Van Bretagne
Reflecties over getijden van drukte en kalmte, alleen zijn in het sociale, maar ook de alledaagse routines van een dorp aan de kust. Gebaseerd op reisnota's die in het leven zijn geroepen in een koude tent, op een natte zitbank en in gezellige café's in het oh zo bijzondere Bretagne © mei 2026
Wees welgekomen, beste paar ogen, bij een nieuw artikel van @juliepasseert. Ik heb bij deze de self fulfilling prophecy nog maar eens in haar theorie versterkt, door te tonen hoe mijn uitstelgedrag zich onherroepelijk heeft gemanifesteerd sinds mijn debuutartikel.
Maar radiostilte op dit platform getuigt echter nooit van inactiviteit achter de schermen. Er is wel degelijk gewerkt aan een nieuw stuk, waarvoor ik iets te veel afbeet dan ik kon kauwen in de daarvoor voorziene tijd. Door de aard van het onderwerp was een diepgaande literatuurstudie nodig, die ondertussen bijna is afgerond. Dit is niet het artikel in kwestie, al zou je kunnen beargumenteren dat ik hiervoor ook best wel wat onderzoek heb gedaan. Inlevend veldonderzoek zelfs!
Voor zij die ik niet persoonlijk zag de laatste maanden, of die online de bits and pieces van mijn leven niet hebben kunnen oppikken, recapituleer ik even waar dit artikel over zal gaan. Ik werkte afgelopen jaar voor meerdere filmfestivals en daar komt, naast veel organisatie en teamwerk, enorm veel socialiteit aan te pas. Er zijn weinig dagen geweest waar ik alleen was, en nog minder waar ik voor middernacht de slaap opzocht. Het plan dat me staande hield in deze drukke, overprikkelende periode was een vakantie naar de Bretonse kust in Frankrijk. Alleen. In een tent. Zonder plan.
Ik wil hiermee niet zeggen dat een solovakantie iets baanbrekend is om over te schrijven, of dat mijn ervaring zo geweldig spiritueel bevrijdend was dat ik jullie hiervan op de hoogte wil brengen, maar dit is mijn platform, en tenslotte gaat het over waar @juliepasseert. Noem het een reisdagboek, waarbij impressies zich mengen met gedachten die ik beiden onderweg tegenkwam. Dus doe zoals ik een maand terug: maak je klaar en laat je meeslepen, stap op de denkbeeldige trein naar Rennes en Saint-Malo, en reflecteer mee over (on)herkenbare gevoelens.
Het begin
Begin mei, na het tweede filmfestival in mijn werkjaar zijn doek — letterlijk — had laten vallen, vertrok ik met een rechtstreekse trein van Brussel-Zuid naar Rennes. De verwezenlijking van de plannen die ik maanden op voorhand maakte was een verademing, tegendraads met hoe ik de afgelopen tijd mijn leven had ervaren. De tent die ik leende bij A.S. Adventure (niet gesponsord, wel aan te raden) moest zijn proefperiode ingaan, omdat ik als verantwoordelijke volwassene de mogelijke investering genoeg wou analyseren. Ze kwam dus mee op test, en ik moet zeggen dat ze geslaagd is in haar taak. Geïnteresseerde medekampeerders mogen zich tot mijn mailbox richten voor verdere vragen voor de tent. Ze zal hier niet in detail besproken worden.
Het was laat toen mijn trein in Rennes binnen reed, dus ging ik meteen naar het hostel waar ik die nacht ging verblijven om mijn spullen achter te laten, op te frissen, en op café te gaan met rasechte Rennaises. Het korte sociale contact van die avond zorgde voor een zachte landing in de stilteweek waarin ik me ging bevinden. Daarbovenop ontdekte ik in het diepe Frankrijk een Belgisch bier (SP95), om die alcoholische grens tussen België en ons buurland ook te verzachten.
Het vertrek uit Rennes werd voorafgegaan met nog een kort bezoek aan de stad en haar trekpleisters. Of pleister, eerder. Veel grote bezienswaardigheden zijn er niet, dus werd het Museum van Schone Kunsten mijn eerste stop. En misschien is het aangeleerde Antwerpse arrogantie, maar ik kon het niet laten om de vergelijking te maken met ‘de echte’ versie: het KMSKA. Rennes bleek daarbij het verre achterneefje te zijn die op het familiefeest zijn zelfgemaakte tekening naast dat van een van Rubens wou hangen. Tjah, het heeft zijn charme. Wat het wel goedmaakte was de gratis toegang en kindvriendelijkheid van het museum. Verder bleek de stad verlaten, door het verlengd weekend of door de wispelturigheid van de regenbuien, waar ik me beide niets van aantrok. Gepakt en gefrakt ontdekte ik de echte parel van Rennes: Parc du Thabor. Mijn stille wandeling in de natuur werd een voorbode voor wat me te in meervoud te wachten stond in Saint-Malo, en dat beviel me meteen.
Aankomst aan de kust
Met een vervangbus werd ik van Rennes tot het station van Saint-Malo vervoerd. Ik maakte mijn weg naar het kampeerterrein en de wandeling langs de kust oogde al naar waar ik naar uitkeek: grijze wolken en weinig mensen op het strand. Voorbij de gezellige baai, op een heuvel met ruïnes van de Tweede Wereldoorlog, testte ik mijn geheugen en bleek ik geslaagd: mijn tent stond recht in twee seconden. En hoewel er online gespeculeerd werd over een ‘buitenkeuken’ die beschikbaar zou zijn op de camping, kwam ik tot het besef dat Fransen nog altijd maar al te graag overdrijven. Eén stopcontact en een inactief kookvuur bleek de uitrusting van de keuken te zijn. Daarbovenop bleek zelfs de voorziening van toiletpapier op deze camping een luxe. Heerlijk basic!
Bij mijn eerste avondmaaltijd vond ik per toeval een fine dining restaurant waar de hipsters uit Antwerpen-Zuid of Elsene voor zouden gillen, en werd ik bij het voorgerecht, naast de overheerlijke vis, enorme onzelfzekerheid voorgeschoteld. De mantra van mijn reis vond hier haar oorsprong: Be scared and do it anyway ⋆˙⟡
Het ritme van de dagen daarop volgden eenzelfde maat: die van de golven tegen de rotsen. Met gelijke tred bewandelde ik paden langs de GR34, klifwanden en uitgerekte, met een millimeterlaagje water bedekte stranden. Ik bezocht lege havens en overvolle straten. Vond locals op natuurlijke wijze op maandagavond in hun stamcafé. Hoorde talloze windstoten mijn tent uitdagen tot in het diepste van de nacht. Vertrok dagelijks met eenzelfde planning, een paar wandelschoenen en een regenjas. Maar belangrijker is wat ik na die week terugvond.
Relativiteitstheorie
Ik vond herinneringen terug in die lange uren van stilte die, afwisselend met af en toe een One Direction-nummer, de soundtrack werden. Daarnaast werd ook mijn dagelijkse gewoonte van ongoddelijk gedetailleerd plannen (en daardoor altijd te laat komen) op de proef genomen. Want hier was tijd oneindig en telde enkel de wet van natuur. Waar een restaurant aan service continue serveerde, dicteerde het tij de toegang naar een schiereiland als klokslag. De zon had een monopolie op mijn slaap, die me beval pas te rusten als zij al verdwenen was. De kilte in de nacht veranderde mijn comfort, mijn vermoeidheid en ontwaken. En daar besefte ik dat drukte en vooral tijd, waarvan ik dacht zo weinig te hebben, mijn leven in de voorafgaande periode te hard had voorgeschreven.
Is het dan nodig om na elke paar weken van intensief sociaal contact een radicaal asociale plaats op te zoeken? Dat denk ik niet. Maar wat ik wel kan concluderen, is dat Einstein gelijk had. Dat tijd relatief is, en inherent onderhevig aan haar omgeving. En het is goed om die af en toe te veranderen.
Zoals de mantra van de reis, sluit ik ook deze tekst af met onzekerheid. Neen, er zijn zeker geen openbarende ideeën hierin gedeeld, noch een navertelling van een epos. Ja, ik wou toch deze bedenkingen delen en hoop dat het ergens bij jullie landing vindt. Bedankt voor jullie geduld, en tot (relatief) snel.
Tot snel, tot altijd,
@juliepasseert
Comments
No comments yet. Be the first to comment!